Column 167 - Concurrentiepositie banken (24 oktober 2014)

Nederlandse banken hebben nog steeds kleine kapitaalbuffers. Op iedere euro op de balans is er zo’n 3 tot 4 cent kapitaal aanwezig.  Kapitaaleisen worden vooral op internationaal niveau geformuleerd. Maar Nederland heeft wel wat ruimte om wat voor de troepen uit te lopen. De minimumeis is op dit moment 3%. Nederland wil daar 4% van maken. De banken willen dit niet.

Zij hebben gelijk dat een te snelle verhoging van kapitaaleisen de kredietverlening en groei kunnen aantasten. Verdere vergroting van de buffers moet geleidelijk gaan. Een verhoging van de minimumeis van 3% naar 4% is niet abrupt te noemen. De banken gooien het dan ook over een andere boeg.

Als alleen Nederlandse banken meer kapitaal zouden moeten aanhouden, zou dat hun concurrentiepositie schaden. 

Een bank die een groter deel van zijn balans met eigen vermogen financiert, kan gemakkelijker en goedkoper financiering aantrekken voor de rest van zijn activiteiten. Dat heeft Rabobank jarenlang bewezen.  Dus voor het aantrekken van vreemd vermogen verbetert de concurrentiepositie van Nederlandse banken als ze beter gekapitaliseerd zijn dan hun internationale concurrenten.

Daarover zwijgen de banken dan ook. In plaats daarvan beweren zij dat de kredietverlening en andere producten duurder worden als ze met meer eigen vermogen moeten worden gefinancierd. En dat schaadt de concurrentiepositie.

Het feit dat een groter deel van de passiefzijde van de balans met kapitaal is gefinancierd, leidt alleen tot hogere financieringskosten voor zover risico’s van de overheid naar de aandeelhouders van de bank worden geschoven.  En omdat de rentekosten op vreemd vermogen aftrekbaar zijn van de belastingen. Het eerste is wenselijk. En minder aftrekbare rentekosten hoeven echt niet onoverkomelijk te zijn. Rabobank bewees het. Triodos bewijst het. 

Er wordt nog dicht tegen de rand van de afgrond gebankierd. Hoe sneller we daar weg zijn, des te beter het is.


Meer in dit programma