Column 165 - Twee visies op de lage rente (20 oktober 2014)

De rente is de laatste decennia voortdurend gedaald. Op dit moment ligt de beleidsrente van de grote centrale banken in de wereld dichtbij nul. Het rente-instrument werkt niet meer. Er zijn twee radicaal verschillende verklaringen voor hoe het zo ver heeft kunnen komen. En wat de reactie erop moet zijn.

De eerste visie is de populairste bij degenen die alle problemen in de economie aan de vraagkant zien. Het is de vrees voor een permanent tekortschietende vraag in de particuliere sector. Als gevolg van de vergrijzing en stagnerende productiviteitsgroei. Om de economie toch op gang te houden moest de rente voortdurend worden verlaagd. Het bijproduct daarvan waren de regelmatige ontwikkeling van zeepbellen. Die barstten dan. En dat zette de vraag verder onder druk. Verdere renteverlaging was dan het recept. 

Dat kan zo niet door gaan. De overheid moet in het gat stappen dat de particuliere sector laat vallen. Vooral massale investeringsprogramma’s zijn populair in deze visie. Dan pas is groei mogelijk, zonder hele lage rentes en zeepbellen. De overheid als redder.

De tweede visie grijpt aan bij het rentebeleid dat centrale banken hebben gevoerd. Dat was asymmetrisch en sterk gericht op financiele markten.  Reageer niet op sterk stijgende aandelen- en andere financiele prijzen. Maar verlaag de rente scherp na het knappen van de zeepbellen.  Want  de reele economie zou zo min mogelijk schade moeten hebben van de financiele correctie.  De daardoor steeds lagere rente voedden de vorming van opeenvolgende, steeds grotere zeepbellen. Met 2008 als voorlopig grootste. En de rente daalde steeds verder, omdat beleidsmakers niet willen accepteren dat na het knappen van een zeepbel een pijnlijke correctie onvermijdelijk is. 

Hier is de oplossing: de pijn nemen. En nooit meer denken dat de centrale bank of overheid de economie aan een touwtje heeft.

Wat denkt u?


Meer in dit programma