160. Column - Over economie: Modigliani en Miller (23 augustus 2014)

Een belangrijk leerstuk uit de financieringstheorie is het theorema van Modigliani en Miller.  Het is erg actueel in de huidige discussies over de vraag of de kapitaaleisen aan banken verder moeten worden verhoogd. En of dat de kredietverlening zou beperken.

Modigliani en Miller stellen dat de waarde van een onderneming onafhankelijk is van de wijze van financiering ervan. Een onderneming wordt niet meer of minder waard, als ze met meer of minder schuld wordt gefinancierd. Of spiegelbeeldig: met meer of minder eigen vermogen.

De financieringsstructuur bepaalt alleen hoe rendement en risico worden verdeeld over de eigen en vreemd vermogensverschaffers. En ook de overheid kan een deel van het risico dragen, als ze bijvoorbeeld een bank niet failliet wil laten gaan. De totale hoeveelheid risico die de onderneming loopt en het totale rendement van de onderneming, worden bepaald door de activiteiten die de onderneming onderneemt. Dat is dus aan de andere kant van de balans. Het Modigliani/Miller theorema houdt dus ook in dat beslissingen met betrekking tot de activakant van de balans en die met betrekking tot de passivakant van de balans onafhankelijk van elkaar zijn.

Modigliani/Miller betekent dan dat hogere kapitaaleisen voor een bank  geen invloed op de kredietverlening zullen hebben. Bankiers zeggen iets anders.

Dat kan, maar hoeft niet alleen preken voor eigen parochie te zijn. Het Modigliani/Miller theorema berust op drie veronderstellingen. Er worden geen fricties op financiƫle markten verondersteld, gelijke behandeling van eigen en vreemd vermogen in het belastingstelsel en geen vernietiging van waarde door en in geval van het faillissement van een onderneming.

Alle drie veronderstellingen gaan in de bancaire werkelijkheid niet op. Je kunt van mening zijn dat het kapitaal bij banken verder moet toenemen. Maar ga niet als een olifant door de porseleinkast met een beroep op Modigliani en Miller.

Meer in dit programma