1. Vijf economische problemen

Economisch beleid moet zijn gericht op het oplossen van problemen. Niet op het najagen van idealen. Dat loopt vaak verkeerd af, zo leert de geschiedenis. Ik zie vijf samenhangende economische problemen voor Nederland die om een oplossing vragen.

Er zijn te kleine buffers op veel plaatsen in de economie. Dat geldt voor de overheid met een te hoog tekort en te hoge schuld. Maar het geldt ook in de financiele sector. Bij banken, pensioenfondsen en levensverzekeraars. Het beeld onder gezinnen is gemengd. Het bedrijfsleven staat er relatief goed voor. Maar dat betreft vooral de grote bedrijven. Voor het midden en klein bedrijf geldt het niet of veel minder.

Een aantal markten en instituties is aan vernieuwing toe. Dit betreft ons bestuursmodel, met een vakbeweging die in het ongerede is geraakt en een te gefragmenteerd en gepolariseerd politiek stelsel. De woningmarkt, de zorg en het pensioenstelsel moeten op de schop. En de schotten moeten tussen die sectoren uit. Daarbij moet ook de arbeidsmarkt voor ouderen worden betrokken.

Nederland heeft een onevenwichtige en kwetsbare economische en financiele structuur. Wij hebben een heel groot spaaroverschot. Maar voor de financiering van de binnenlandse bedrijvigheid en onze hypotheken zijn we afhankelijk van buitenlanders. Dat maakt die financiering onnodig duur en minder stabiel dan binnenlandse bronnen van financiering.

Er is een laag vertrouwen in de mogelijkheid van toekomstige duurzame groei van de welvaart. Veel mensen zijn somber over de toekomst en daardoor risicomijdend. Dat kan een zichzelf waarmakende voorspelling worden.

Tenslotte is er de eurocrisis. Die is ook ons probleem. Bij het oplossen ervan is het afgelopen jaar beslist vooruitgang geboekt. Maar de kou is nog niet definitief uit de lucht.

Al met al een stevige agenda voor het kabinet. Maar geen reden voor somberheid.  Want alle vijf problemen zijn oplosbaar.



Meer in dit programma