Toenemende verwachtingen en complexiteiten

08 juli 2013 07:53

Wat is het toch? Vele zaken gaan elke keer maar weer mis. Is het onkunde, te hoge verwachtingen, of dat is het te complex geworden? Of van alle drie een beetje?

Te veel zaken lopen slechter af dan verwacht. Verwijten gaan dan al snel naar de betrokken instituten en bestuurders. Banken, centrale banken, kerken, accountants, economen, toezichthouders en ambtenaren. Ja, zelfs consumenten (te hoge hypotheken), maatschappelijke instellingen (woningcorporaties, universiteiten, ziekenhuizen, sportverenigingen) en overheden (HSL, grondaankopen). 

Beleid gericht op welvaartsgroei door afgewogen risico’s te nemen, wordt bij verkeerd gaan, beschreven als hebzucht, fout beleid, te weinig regels en controles. Door de vinger naar de ander te richten, doen wij aan schuldvereffening. Meer naar de ander dan naar onszelf.

De vraag is of al die ‘foute zaken door onkundige mensen’ de enige reden is waarom wij in ons streven naar perfectie zo vaak teleurgesteld worden. Zij zullen zeker een belangrijke rol spelen en waarvan geleerd moeten worden. Aanscherping van de regels en beleid is zeker noodzakelijk, o.a. door hogere kapitaaleisen, minder perverse prikkels, meer controle en een beter moral kompas. Maar is dit voldoende? Ons inziens niet.

Het is complexer

Dit soort maatregelen lijken, vanuit een enkel-probleem analyse, effectief te kunnen zijn. Echter zij blijken in de praktijk vaak weer hun eigen dynamiek te creëren, met nieuwe multi-dimensionale consequenties. De actie en reactie spiraal begint te ‘spinnen’. Veelal onoverzienbaar voor de vele betrokkenen. Toenemende complexiteiten op allerlei kruispunten van besluitvorming. Iets wat wij in ons denken en handelen te weinig meenemen. Vele zaken blijken, veelal achteraf, aanzienlijk complexer te zijn dan ons vermogen om het in keer goed te kunnen doen. Zeker als de lat van verwachtingen te hoog is gelegd. Deels komt dit omdat wij bij complexe vraagstukken al snel in een ‘gebied’ terecht komen met te vele unknown unknowns en known unknowns (Rumsfield). Een gebied waar het beperkte zichtveld niet toestaat om goed te kunnen sturen, met name niet in periodes waarin ons groep’s optimisme (hausse, hype) plots kan omslaan in een collectief pessimisme. Dalend vertrouwen trekt beurzen, bezittingen en bestedingen naar beneden. Na een groeifeestje, een periode van recessie, verliezen en dus verwijten. Wij hadden immers alles toch zo goed gepland en onderbouwd?!  Of je nu regelgever, consument, manager, bankier, beleidsmaker of toezichthouder bent. Een eeuwenoud menselijk gedrag, versterkt door onze kwaal van eerst rennen en dan weer stilstaan. Psychologen stellen dat het in onze genen zit. Van ‘It’s the economy, stupid!” (Clinton) naar “It is the psychology, stupid!”. Denk aan Keynes, Kahneman en Hayek, ook als het gaat over de vraag van bijsturen. 

Risico’s en verrassingen horen erbij

Als we met zijn allen willen blijven streven naar welzijns en welvaartsgroei, dan horen verantwoorde risico’s erbij. Want door het nemen van risico’s worden kansen op verbeteringen (b.v. milieu) gecreëerd. Vele initiatieven worden in die zin iedere dag ondernomen. De meeste met vooraf goed afgewogen winst/verlies kansen. Geïnitieerd door de vier macro groepen: overheidsinstanties (IMF, EU/ECB, overheden), bedrijven (MNC’s, MKB, ZZP-ers), financiële instellingen (banken, verzekeraars, fondsen) en individuen (kopers, spaarders, kredietnemers, ja, ook de ‘belastingbetaler’). Allemaal partijen die constant risico’s creëren, maar ook nemen. Om vooruitgang te scheppen. Kansen biedend  op meevallers en op verliezen!  Het is een wezenlijk onderdeel van onze ontdekkingsreis naar welvaartsgroei. In Nederland een behoorlijk deel van ons € 600 mrd BNP en wereldwijd van de $70tr economie. In steeds grotere bedragen, met steeds meer verrassingen en afhankelijkheden. Af en toe kan er dus iets voor een paar procent verkeerd gaan, maar dan gaat het wel om vele (soms honderden) miljarden.  Mede versneld mogelijk gemaakt door ontwikkelingen als internet en de toenemende globalisering. De triljarden dollars die de  spaarders bij elkaar plaatsen en/of uitlenen aan instanties die daarmee trachten te groeien. Veelal gedreven door het principe van risicospreiding. Echter bij dalend vertrouwen kunnen tsunami-achtige effecten ontstaan, vooral daar waar er onvoldoende inzichtelijke macro-krachten en bewegingen met gemeenschappelijke risico’s en verrassingen hun werking krijgen. Een Haren-feestje in het groot.

Te groot of te complex?

Veelal wordt gesteld dat het “too big to manage” is geworden. Waarschijnlijker is het dat het “too complex to manage” is geworden. Hoe kan een goed willende bestuurder de snel om zich heen muterende complexiteiten nog overzien en beheersen? Nieuwe maatregelen creëren veelal weer nieuwe complexiteiten. Hoe reëel is het dat menig toezichthouder, bestuurder en politicus mag stellen dat met nieuw beleid de volgende crisis wel voorkomen kan worden? Eerder leggen zij daarmee de lat van verwachtingen weer hoger. Terug naar een simpele, stuurbare wereld lijkt steeds onwaarschijnlijker te worden. 

Wat dan wel?

Kunnen wij dan niets doen aan enerzijds, die groeiende verwachtingen en complexiteiten, en anderzijds, ons beperkt vermogen om het te beheersen? Veel kan en moet er gedaan worden,  zoals het versterken van het weerstandsvermogen, zowel financieel (solvabiliteit/liquiditeit) als organisatorisch (governance). Het opbouwen van het vermogen om beter en sneller te kunnen inspelen op de steeds sneller veranderende wereld. Burgers verwachten immers dat aanpassingen veel sneller en beter geschieden dan de politiek weet te realiseren (Monti’s EU brief). 

Voorts zal een effectievere aansturing van complexe bestuursprocessen ook bijdragen. Concurrentieverhoudingen worden slechts ten dele bepaald door kostenverschillen. De mate van effectiviteit van besturen en de daarbij toegepaste bestuursmodellen, zowel bij bedrijven als overheden, blijken meer bepalend te zijn. Neem Korea of Singapore, waar kosten bepaald niet laag zijn, maar deze landen kennen wel hogere groeicijfers. In hun boek Intelligent Governance for the 21st century, stellen N. Berggruen en N. Gardels, op basis van het vergelijken van het westerse democratische model en het ‘Aziatische’ meritocracy model, dat er een betere manier van aansturing overwogen kan worden, o.a. door in een nieuw democratisch bestuursmodel de betere onderdelen uit beide systemen samen te brengen. 

Daarnaast kan het onzichtbare meer zichtbaar gemaakt worden. Vele complexe zaken en processen kunnen beter begrepen en aangestuurd worden als we er in slagen om de dingen, die we wel weten (de knownknowns), beter inzichtelijk te maken en ze meer met elkaar te verbinden. Connecting the dots. Door meer te opereren vanuit multi-dimensionale en multi-disciplinaire benaderingen (economie, antropologie, psychologie) en minder te denken en werken vanuit de ‘silo’s’. Kijk bijvoorbeeld niet alleen naar de hypotheek en overheidsschulden maar ook naar de meer dan €2tr bezittingen, die wij als Nederlanders hebben (huizenbezit, spaargelden, levensverzekeringen, pensioenen). Naast een overheidsbudget ook kijken naar een ‘nationale’ balans van bezittingen en schulden van de vier macrogroepen (overheden, bedrijven, individuen en financiële instellingen); net zoals bedrijven dat doen. Hierbij dienen dan in het ‘big macro risk framework’ (zie hieronder) ook de verschillende soorten macro risico’s meegenomen te worden. Naast de bekende risico’s van kredieten, hypotheken, overheidsschulden en derivaten, dient ook gekeken te worden naar risico’s verbonden aan geopolitics, climate, cyber crime, counter party, etc.  Maak inzichtelijk welke groepen creëren  die risico’s en welke groepen nemen ze? In welke mate en in welke scenario’s nemen de risicobedragen toe of af? 

Wat weten we over de mogelijke effecten van het plat gaan van het internet (cyber crime) op de $200tr ‘diepe’ financiële markten? Nu banken hun risico’s terugbrengen, verdwijnen die risico’s dan of komen ze elders terug, zoals bij de niet-gereguleerde financiële sector van $67tr? Middels een integraal model, waarin de belangrijkste macro’s risico’s (met getallen) zichtbaar kunnen worden gemaakt, alsmede wie van de vier macro groepen de veroorzakers en nemers van risico’s zijn, zal het inzicht en de discussie sterk verbeteren.  Beter zichtbaar wordt dan dat niet alleen de banken (te) grote risico’s creëren en dat niet alleen de belastingbetaler betaalt, maar dat bijna alle partijen hierin een rol spelen en in wisselende hoedanigheden. De vraag kan dan wellicht beter beantwoord worden of zij hun ‘fair share’ nemen, dan wel genomen hebben. In dit verband zal het ook helpen als wij naast het sturen op het herverdelen van inkomen, ook een systematiek kennen waarbij wij kunne sturen op het herverdelen van risico’s. Met name van de unknown macro risico’s (en meevallers). Bijvoorbeeld het herverdelen van onverwachte voordelen voor de overheidsbegroting vanwege zeer lage rentes op overheidsschulden ter aanvulling van pensioengaten in 2025.  Dit zal de toenemende ongelijkheid in inkomen en bezit helpen te verminderen. 

Meer en gerichter onderzoek en aandacht (wetenschap, media) naar o.a. bovengestelde punten, zal de kwaliteit van de analyse en de discussie helpen te verbeteren.

Toenemende verwachtingen en complexiteiten vragen immers om meer aandacht en andere benaderingen. Van ons allen.   

Jacques Kemp, bestuurslid Denktank Omega, oud CEO ING Asia Pacific (Insurance/AM)