Opkomst beschikbare-premieovereenkomsten vraagt om andere aanpak (4 december 2013)

04 december 2013 11:53

Of al dan niet een goed pensioen wordt bereikt berust bij huidig DC-model grotendeels op toeval

Het Nederlandse pensioenlandschap verandert in hoog tempo. Tot voor kort waren uitkeringsovereenkomsten het meest gangbare pensioenmodel en werden premieovereenkomsten, ook wel “defined contribution” (DC) regelingen genoemd, nauwelijks als alternatief gezien. Volgens recent onderzoek van adviesbureau Mercer is inmiddels bijna driekwart van de Nederlandse ondernemingen op de een of andere manier met DC bezig. Men heeft al zo’n beschikbare-premieregeling, of orienteert zich op de mogelijkheid om hierop over te gaan.

Een goede pensioenregeling levert deelnemers na hun pensionering voldoende inkomen om de levensstandaard waaraan zij gewend zijn te kunnen handhaven. Die doelstelling speelt in de meeste DC-regelingen echter nauwelijks een rol. Noch de aangeboden beleggingsstrategieen, noch de informatie en de keuzes die deelnemers krijgen zijn erop afgestemd.

In plaats daarvan wordt in de meeste beschikbare-premieregelingen genoegen genomen met een mechanische toepassing van het zogenaamde “life cycle”-principe. Daarbij worden de beleggings- en renterisico’s afgebouwd naarmate de pensioenleeftijd van de deelnemer dichterbij komt. Dat gebeurt ongeacht wat er verder aan de hand is, dus los van het DC-vermogen van de deelnemer, van zijn overige bronnen van pensioeninkomen, van zijn salarisontwikkeling en de verwachte toekomstige premies en zelfs los van een concreet inkomensdoel en de kans op het bereiken ervan.

Dit model is als een dokter die medicijnen voorschrijft op basis van leeftijd zonder naar iets anders te kijken, zelfs zonder te vragen wat iemand mankeert. Terwijl zo’n dokter bij de meeste mensen waarschijnlijk weinig vertrouwen wekt, wordt op het gangbare DC-model wel veel vertrouwen gevestigd. Een vertrouwen dat in Nederland zelfs in de Pensioenwet verankerd is. Er is echter geen enkele reden om aan te nemen dat dat vertrouwen gerechtvaardigd is. Of een goed pensioen bereikt wordt is in dit model namelijk meer een toevalstreffer dan het resultaat van een doelgerichte strategie.

Het is de hoogste tijd om dat te veranderen. De mogelijkheden hiertoe zijn er. Ze worden vaak aangeduid met de verzamelnaam “derde generatie DC”. Daarin wordt voor elke deelnemer afzonderlijk een beleggingsstrategie bepaald (en uitgevoerd) die uitdrukkelijk gericht is op het bereiken van een concreet inkomensdoel. Daarbij wordt rekening gehouden met een aantal persoonlijke omstandigheden waar het gangbare DC-model geen oog voor heeft.

Het risico dat de uitkomsten te laag uitvallen wordt beperkt en als het punt nadert waarop het inkomensdoel kan worden gerealiseerd zonder verdere risico’s te lopen, worden deze verminderd. Deelnemers worden op de hoogte gehouden van de kans dat zij hun pensioendoel kunnen realiseren en kunnen desgewenst bijsturen. Natuurlijk blijft er onzekerheid over de uiteindelijke uitkomst, maar die is kleiner dan in het gangbare model.

Nu steeds meer mensen hun pensioen opbouwen in beschikbare-premieregelingen, komt het erop aan deze nieuwe mogelijkheden ook te gebruiken. Alleen dan hangen de uitkomsten van DC-regelingen niet alleen maar van het toeval af. Het risico dat steeds meer mensen uiteindelijk op een te laag pensioen uitkomen, wordt anders veel te groot.

Lex Hoogduin

Jan Snippe

Dit artikel is eerder gepubliceerd in het Financieele Dagblad van 18 november 2013 op pagina 8.