Column - OVER HET WEEKLOON VAN TEULINGS (4 juni 2014)

04 juni 2014 07:12

Jan P.A.M. Jacobs en Els Wester

Faculteit Economie en Bedrijfskunde  Rijksuniversiteit Groningen 

27 mei 2014

De recente non-discussie over het `Weekloon van Teulings’, of  de invoering van de euro ons allen maximaal een weekloon heeft opgeleverd of niet, maakt veel emoties los, niet alleen bij voor de Europese verkiezingen campagne voerende politici, maar ook in de media, die het hebben aangezwengeld en daarmee in het publieke debat. Het Weekloon van Teulings kwam twee jaar geleden van het CPB, en was gebaseerd op degelijke macro-economische en macro-econometrische modellering. Nederland staat bekend om zijn macro­-econometrische modellen, voor het eerst geformuleerd en opgesteld door Jan Tinbergen,  zonder enige twijfel de grootste econoom die Nederland heeft voortgebracht. 

Jan Tinbergen heeft generaties van Nederlandse economen en econometristen geïnspireerd – en doet dat tot de dag van vandaag. Toch zijn er ook veel economen die vinden dat het met en na Tinbergen fout is gegaan met de economiebeoefening in Nederland. Tinbergen is verantwoordelijk geweest voor de `Statistical Turn in Economics’, waardoor de kwantitatieve economie, die met de `boys toys’ van Deirdre McCloskey – modellen – het heeft gewonnen van meer kwalitatieve benaderingswijzen. In dit artikel willen we opnieuw aandacht vragen voor de persoon Tinbergen en zijn werk, en ook voor de beperkte speelruimte waar  huidige generaties macro-econometrische modelbouwers zich aan hebben te houden. 

Econoom en modelbouwer

Tinbergen was zijn tijd ver vooruit, en dat niet alleen met zijn macro-economische modellen als het 1936 model voor Nederland en  het model voor de Verenigde Staten maar ook met de introductie van rationele verwachtingen, de Phillips curve (een empirische relatie tussen inflatie en werkloosheid, die al in het 1936 model zat), en de introductie van een financieel blok in zijn model voor het Verenigd Koninkrijk, iets waar nu dringend behoefte aan is.  

En hij deed het in zijn eentje. Daar waar een macro­-econometrisch model tegenwoordig door een heel team wordt gebouwd, maakte Tinbergen zijn modellen voor Nederland, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk alleen en zonder computers. Hoewel, zonder computers? Toen Keynes de historische woorden opschreef dat hij niet geloofde in deze manier van economiebeoefening – waarom zou je op zoek gaan naar parameters van verbanden tussen economische grootheden waarvan ik (Keynes) op voorhand al weet hoe hoog de waarde moet zijn? – schreef hij ook:    `but give him a few computers and let him continue’. Keynes doelde hier overigens op de dames die met potlood en papier of met een kleine rekenmachine de parameterschattingen uitrekenden, liefst met enkelvoudige regressies, of op zijn hoogst met twee of drie verklarende variabelen. 

De depressie in de jaren twintig en dertig vormde de diepere motivatie voor zijn werk op het gebied van het beteugelen van conjunctuurgolven. Hoe zou hij gereageerd hebben op de toegenomen werkloosheid in het huidige tijdsgewricht, al dan niet versterkt door het bezuinigingsbeleid van de regering om koste wat kost de 3% norm te halen? Modellen, spoorboekjes en doorrekeningen zijn sinds Tinbergen de eerste directeur was van het CPB niet meer weg te denken uit het Nederlandse economische beleid en de politiek. Het CPB is wettelijk verplicht minimaal één maal per jaar voorspellingen te publiceren. De nadruk op puntvoorspellingen  in plaats van voorspellingen met onzekerheidsmarges –  het zou ons niet verwonderen als de onzekerheid rondom het Weekloon van Teulings net zo hoog is als het Weekloon zelf – , en het uitrekenen van gemiddelde effecten voor verschillende categorieën, heeft echter weinig te maken met moderne macro-economie/macro-econometrie, maar alles met de politieke werkelijkheid (waan) van de dag,  En dan hebben we het nog niet eens over het doorrekenen van partijprogramma’s, die amper in de bestaande macro-econometrische modellen passen en toch nooit in de voorgestelde vorm uitgevoerd zullen worden omdat Nederland al sinds jaar en dag met coalities werkt.  Een van de  eerste beslissingen van Laura van Geest, de opvolger van Coen Teulings als directeur van het CPB, om te snijden in deze veel mankracht vergende overbodige doorrekeningexercities juichen we dan ook van harte toe.   

Bevlogen

In de tweede helft van de jaren vijftig, toen de binnenlandse naoorlogse problemen min of meer onder controle waren en waarschijnlijk omdat Tinbergen zich realiseerde dat hij zijn (denk)kracht voor een hoger doel niveau moest inzetten dan wel vond dat globale problemen als armoede zijn denkkracht behoefden, verliet hij de (Nederlandse) macro-economie/econometrie/modelbouw om zich te wijden aan inkomensverdeling en ontwikkelingseconomie. Dit deed hij overigens niet dan nadat hij een standaardwerk op het gebied van economische politiek had geschreven en de regel van Tinbergen had bedacht die stelt dat binnen elk systematisch en samenhangend model van een economie het noodzakelijk is dat er minstens evenveel instrumenten zijn als doelstellingen. Zijn we deze regel met zijn allen vergeten tegenwoordig? 

Bescheiden

Over de mens Tinbergen zijn veel anekdotes bekend. Hij was sociaal en principieel. Hij weigerde bijvoorbeeld in dienst te gaan en deed zijn vervangende dienstplicht op het CBS waar hij jaargangen van De Conjuctuur vol schreef. En hij bracht zijn principes ook in praktijk. Hij had jarenlang een economisch onderzoeker in dienst om hem te helpen met zijn onderzoek die hij betaalde uit zijn eigen zak. Hij reisde bij voorkeur met het openbare vervoer, en hoogstwaarschijnlijk economy class als hij al vloog. Je kunt je afvragen hoe hij tegen bestuurders zou hebben aangekeken die vinden dat ze absoluut business class of zelfs first class moeten vliegen. In de oorlog ging Tinbergen bijna aan zijn eigen principes ten onder door voedselpakketten te weigeren. Na de oorlog bracht hij zijn inzichten over de verzoening in praktijk door twee Duitse meisjes in huis te nemen.  

Is er ook kritiek op Tinbergen? Natuurlijk, zijn werkwijze om iedereen, van portier tot naaste medewerkers, maximaal 10 minuten van zijn tijd te gunnen, werd hem niet altijd in dank afgenomen. Ook zijn gave om altijd wel iets goeds te zien in examenantwoorden van studenten en proefschriften van met name buitenlandse promovendi, zal zijn collega’s regelmatig de gordijnen in hebben gejaagd.  

Tot slot

We zijn allemaal Telgen van Tinbergen. We lezen zijn geschriften. We gebruiken zijn concepten en zijn modellen. We kennen zijn regel maar passen hem niet toe. Maar helaas, we zijn geen Tinbergen. Wij missen zijn intelligentie, zijn achtergrond in natuurkunde, zijn sociale bewogenheid, zijn vermogen om theorie en praktijk te verenigen, en om te leven naar zijn eigen principes. Als we dat zouden kunnen, dan zouden we betere modellen krijgen, en zou de wereld er een stuk beter uitzien, als je tenminste gelooft in de kracht van een egalitaire maatschappij. 

We zijn allemaal telgen van Tinbergen. Was het maar waar! 

Dat weekloon van Teulings, tegenwoordig professor aan Universiteit van Cambridge en Amsterdam, zouden de meeste economen er best graag bij willen hebben.


 Tinbergen, J. (1936), “Kan hier te lande, al dan niet na overheidsingrijpen, een verbetering van de binnenlandse conjunctuur intreden, ook zonder verbetering van onze exportpositie?”, in Prae-Adviezen Van de Vereeniging voor Staathuishoudkunde en de Statistiek, Martinus Nijhoff, ’s-Gravenhage, 62—108.

 Tinbergen, J. (1939), Statistical testing of business cycle theories: Business cycles in the United States of America 1919—1932, volume II, League of Nations, Geneva

 Tinbergen, J. (1930), “Bestimmung und Deutung von Angebotskurven. Ein Beispiel”, Zeitschrift für Nationalökonomie, 1, 669—679.  Het is opvallend dat het concept van rationele verwachtingen in Nederland niet of op zijn hoogst amper werd gebruikt in de Nederlandse beleidsmodellen, en nog steeds niet. 

 Tinbergen, J. (1951), Business Cycles in the United Kingdom, 1870—1914, North-Holland, Amsterdam

 Hall, Tony, Jan Jacobs en Adrian Pagan (2013). (Macro-Econometric System Modelling @75. CAMA Working Paper 67/2013.) `summarize the history of macroeconometric system modelling as having produced four generations of models. Over time the principles underlying the model designs have been extended to incorporate eight major features. Because models often evolve in response to external events we are led to ask what has happened to models used in the policy process since the financial crisis on 2008/9. We find that models have become smaller but that there is still no standard way of capturing the effects of such a crisis.” 

 Tinbergen, J. (1987)  “Het getal twee is van Keynes”  Economisch-Statistische Berichten

 Zijn kleine modellen zoals Vector Autoregressieve systemen zoals voorgesteld zijn door Chris Sims een oplossing? In sommige opzichten wel, maar de `politiek’ vraagt om gedetailleerde uitkomsten. Wij zijn  benieuwd wat Tinbergen gevonden zou hebben van de moderne dynamic stochastic equilibrium modellen. Voor zover we weten  wordt dit type model in Nederland niet bij de beleidsvoorbereiding gebruikt. 

 Tinbergen, J. (1952). On the Theory of Economic Policy. Second edition Volume 1 of Contributions to Economic Analysis, Amsterdam: North-Holland

 Zou dat nu ook geen oplossing zijn voor de werkloosheid? Geen auto met chauffeur van de werkgever, maar gewoon iemand  laten rijden in je eigen auto te betalen uit eigen fondsen. Professoren die eigen assistenten in dienst hebben, niet gefinancierd door de universiteit. Huishoudelijke ondersteuning enz.   

 Bij vergaderingen op het CPB gebruikte Tinbergen hiervoor een belletje, dat later door Prof Bomhoff bij de fractievergaderingen van de lijst Pim Fortuyn werd gebruikt. Zijn collega’s waren hier ook niet zo van gecharmeerd.  

 De rest van de familie Tinbergen mag er overigens ook zijn. Niko kreeg een Nobelprijs, in de fysiologie of geneeskunde voor het onderzoek naar het gedrag van sociale dieren; Luuk, `de slimste van de drie’ was ornitholoog en lector aan de Rijksuniversiteit  Groningen, had de prijs misschien ook wel gekregen als hij op 39 jarige leeftijd  geen  zelfmoord had gepleegd. Broer Dik en  zus Jacomien completeerden het gezin. (Jolink 2005, blz 13)