Column - Kapitaal en risico (3 maart 2014)

03 maart 2014 11:09

Er is een debat gaande over de vraag hoeveel kapitaal een bank moet hebben. Hoe groot moet de buffer van een bank zijn? Er zitten verschillende aspecten aan die vraag. Een ervan is de vraag of de omvang van de buffer wordt bepaald door categorieën activa een risicogewicht van tussen 0 en 1 toe te kennen. Of dat dergelijke gewichten geen rol spelen. Dan kijkt men naar de zogenoemde leverage. Dat is de verhouding tussen de hoeveelheid kapitaal en het balanstotaal. De Nederlandse banken en de regelgeving conform Bazel III  geven de voorkeur aan de risicogewogen maatstaf. Daar zijn verschillende bezwaren tegen. Ik licht er een principieel bezwaar uit. Risicogewogen maatstaven zijn gebaseerd op een verkeerd beeld van de rol van kapitaal in een bank.

Die rol is er voor te zorgen dat de continuïteit van de bank zo veel mogelijk verzekerd is. Ook als zich niet te voorziene tegenslagen voordoen. En mocht de hoeveelheid kapitaal daarvoor onverhoopt onvoldoende zijn, dan moet er  vrijwel altijd voldoende overblijven om de bank te ontbinden. Zonder dat dit de belastingbetaler of andere schuldeisers geld kost. Dus de rol van kapitaal is ook andere schuldeisers en de overheid buiten schot te houden.

De tegenslagen die het kapitaal moet kunnen opvangen moeten onvoorzien zijn. Dat soort tegenslagen kan zich altijd voordoen. De toekomst is nu eenmaal onzeker.

Maar risico is wat anders. Daarbij gaat het in wezen om schommelingen van de winst. Waarbij het gemiddelde in feite zeker is. Daarvoor hoef je geen kapitaal aan te houden. Als je niet van dergelijke schommelingen houdt, kun je een risicopremie vragen. En zoals vroeger in Nederland gebruikelijk was een voorziening voor algemene risico’s hebben.

Risico’s zijn dus irrelevant voor de omvang van de kapitaalbehoefte. Voorstanders van risicogewogen kapitaalmaatstaven zitten op het verkeerde pad.