Column - En nu verder (21 mei 2014)

21 mei 2014 08:49

We kunnen vaststellen dat de eurocrisis sinds de inmiddels beroemde uitspraak van Mario Draghi van nu bijna twee jaar geleden voorbij is.  De Europese Centrale Bank (ECB) zou alles doen om de euro overeind te houden. En dat heeft gewerkt.

De eurocrisis is dus al eventjes voorbij. En die zeer hoge werkloosheid dan in het eurogebied? En de nog steeds hoge schulden dan? Particulier en van overheden. En de aangetaste koopkracht? Enzovoort. Allemaal waar. Maar die problemen zijn vooral een uitloper van de wereldwijde financiële crisis van 2007/2008. Ze zijn nog niet voorbij. En dat is niet zo vreemd. Het is bekend uit de geschiedenis dat het herstel na een financiële crisis vele jaren vergt.

De eurocrisis zelf was een uitloper van de financiële crisis. Laatstgenoemde crisis bleek de grootste crisis sinds de Grote Depressie van de jaren dertig van de vorige eeuw te zijn.  Landen in het eurogebied werden in zeer verschillende mate getroffen. Duitsland bijvoorbeeld relatief beperkt en Ierland en Spanje bijvoorbeeld zeer fors. 

De euro was niet de oorzaak van de financiële crisis. Landen met een andere munt, zoals het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, zijn er ook door getroffen. En in nogal wat landen harder dan Duitsland,  het grootste land uit het eurogebied.  We kunnen het niet weten, maar het is plausibel dat Spanje en Ierland ook met een eigen munt een diepe financiële crisis zouden hebben gehad.

Ook Nederland is zeer fors getroffen door de financiële crisis. En kampt nog steeds met een aantal structurele problemen, ondanks het conjuncturele herstel van dit moment. Maar deze problemen zijn van nationale makelij. En vragen vooral een nationale aanpak.  Denk aan het pensioenmodel, de woningmarkt, het belastingstelsel, de zorg, het verouderde poldermodel, de politieke instabiliteit en fragmentatie, de onevenwichtige economische en financiële structuur van ons land, met bijvoorbeeld hoge particuliere bruto schulden en tegelijkertijd grote pensioenvermogens en gering vertrouwen in instituties en in elkaar en beperkte ambities, de nog steeds te hoge overheidsschuld en –tekort. Een lange lijst van problemen, die vooral Nederlands zijn en door ons moeten en kunnen worden aangepakt. De EU stelt daarbij in een aantal gevallen randvoorwaarden, die Nederland zelf mede heeft vastgesteld en goedgekeurd.  Ze helpen meer dan dat ze hinderen om verstandig beleid in eigen land te voeren.  

Ook wij zouden met de gulden niet aan een diepe financiële crisis zijn ontsprongen. En het is op zijn zachtst gezegd dubieus of we dan krachtiger zouden zijn hersteld dan nu het geval is. Mijn inschatting is dat het beleid opportunistischer zou zijn geweest. Met misschien betere resultaten op de korte termijn, maar zeer waarschijnlijk veel slechtere op de langere termijn. 

De financiële crisis was een zeer grote zogenoemde asymmetrische schok voor het eurogebied. Het zou een wonder zijn geweest als dat geen problemen voor de euro had opgeleverd. Tegelijkertijd bracht ze een aantal problemen in de constructie van de euro zelf aan het licht. Onvoldoende betrokkenheid bij Europese integratie en medeburgers in andere landen bij grote groepen van de bevolking, onvoldoende naleving en handhaving van de “spelregels” van de euro uit het Verdrag van Maastricht en afwezigheid van een Bankenunie.

De financiële crisis leidde tot de eurocrisis, omdat de gezamenlijke landen uit het eurogebied er twijfel over lieten ontstaan dat ze de grote problemen zouden oplossen met de euro als munt. Dat leidde tot een onvoldoende krachtige aanpak van de problemen. Steeds genoeg doen om acute problemen de kop in te drukken, maar te weinig om het vertrouwen te geven dat we er samen en met de euro uit zouden komen. Tot midden 2012.

Zo vlak voor de Europese verkiezingen, kunnen we vast stellen dat de onderliggende kracht van het EU integratieproces is gebleken. De euro en het EU integratieproces hebben een orkaan doorstaan. Met horten en stoten. En dat is een opluchting. Want het EU integratieproces, dat in de jaren vijftig van de vorige eeuw startte, heeft de er aan deelnemende landen vrede en welvaart gebracht. Door een kader te bieden en te ontwikkelen om de onderlinge verschillen en conflicten te kanaliseren en de voorwaarden voor groei van de welvaart te scheppen. Als dat zou zijn gesneuveld, zou de Europese ordening en orde van na de Tweede Wereldoorlog zijn aangetast. Met onvoorspelbare, maar potentieel desastreuse gevolgen.

Maar er is geen enkele reden voor zelfvoldaanheid. De acute crisis is voorbij en er zijn maatregelen genomen om de gebleken gebreken te repareren. Maar zijn deze voldoende? Hoe kunnen ze worden versterkt? Hoe kan de EU inspelen op de nieuwe kansen en bedreigingen van de 21ste eeuw? Extern en intern? Wat is de waarde van dat moeizame integratieproces? Daar moet het Europese debat wat mij betreft vooral over gaan. Daar moeten de komende  EU verkiezingen over gaan. Het EU integratieproces kan verder. Het moet verder. De geschiedenis is nooit af.