Column - Banken en buffers (12 februari 2014)

12 februari 2014 09:35

Het debat over de minimum kapitaaleisen aan banken blijft woeden. Moeten kapitaaleisen omhoog? En met hoeveel en in welk tempo? Moeten de kapitaaleisen worden opgehangen aanrisicogewogen activa of niet? Dit zijn zo wat van de vragen waarover het debat gaat. Een onderwerp dat van cruciale betekenis is, blijft tot nu toe onderbelicht.

 

Het debat wordt sterk gevoerd vanuit het doel om zo veel mogelijk te voorkomen dat de belastingbetaler in de toekomst weer banken moet redden. De vraag is dan hoe groot moet de klap zijn die een bank moet kunnen opvangen zonder door zijn buffers heen te zijn?

 

Maar dat is een te beperkte vraagstelling. Stel een bank moet een minimale kapitaalbuffer van 50 miljard euro aanhouden.  Kan hij dan verliezen van in het totaal 50 miljard euro opvangen? Neen, want dan is de bank door al zijn buffers heen en feitelijk failliet. Al ruim daarvoor, zal er onrust ontstaan en een crisis uitbreken. De vraag zal zich voor doen hoe de bank snel kan worden geherkapitaliseerd. En daar komt de overheid en dus de belastingbetaler onvermijdelijk in beeld.

 

De buffer moet dus van een zodanige omvang zijn dat hij ook kan worden gebruikt. Zonder onmiddellijk problemen te veroorzaken. Het kapitaal van een bank moet dus groter zijn dan het minimaal vereiste. Over hoeveel meer en hoe dat te bepalen, gaat het debat te weinig. En ook over de vraag op welk moment een bank niet verder op zijn kapitaal mag interen. Op dat moment is de vraag aan de orde of de bank zich nog zelfstandig kan herkapitaliseren of dat hij moet worden ontbonden.

 

Alleen als deze vragen zijn opgelost, kan het kapitaal van een bank echt als stootkussen fungeren. Een buffer die niet kan worden gebruikt, is een rot appeltje voor de dorst.