Column - Andere aanpak monetair beleid (18 december 2013)

18 december 2013 10:04

In de jaren zeventig kwam het monetarisme van Milton Friedman in zwang. Zijn stelling was dat inflatie altijd en overal het gevolg is van een te snelle groei van de geldhoeveelheid. Voor het beleid betekende het dat het handhaven van prijsstabiliteit de exclusieve taak moest zijn voor de centrale bank. 

Voor veel landen en centrale banken was het een grote verandering. Die waren niet gewend veel betekenis aan de geldhoeveelheid toe te kennen. En nu werd het zo ongeveer het enige waarnaar moest worden gekeken. Voor Nederland en de Nederlandsche Bank was dit anders.

Er bestond in Nederland al langer een variant van het monetarisme. Internationaal werd die aangeduid als Dutch monetarism. Die variant was gebaseerd op de theorie van de Nederlandse econoom J.G. Koopmans en uitgewerkt door Holtrop en Kessler. Zijlstra doopte deze monetaire strategie tot “gematigd monetarisme”. 

Het was een monetaristische strategie, omdat de geldhoeveelheid en de monetaire ontwikkeling belangrijk voor het handhaven van prijsstabiliteit werden geacht. Het onderscheidende van de ideeën van Friedman zat in het “gematigde” element erin. Daarmee werd aangegeven dat monetair beleid alleen succesvol kan zijn, als het begrotingsbeleid, de loonontwikkeling en de rest van het economische beleid eveneens zijn gericht op prijsstabiliteit.

In de huidige omstandigheden van schuldafbouw na een financiële crisis, is het pure monetarisme geen goede leidraad voor het monetaire beleid. Monetair beleid is maar beperkt effectief.

Dit vraagt om hernieuwde aandacht voor het gematigd monetarisme. Dat leidt tot het overwegen van andere opties voor het beleid dan zo veel mogelijk geld de economie in pompen. De vraag komt dan bijvoorbeeld op of de loonontwikkeling in Nederland niet te gematigd is?

Soms moet je naar het verleden terug gaan om beter op de toekomst voorbereid te zijn. Nu is er zo’n moment voor het monetaire beleid.